Afronding blog

Voor mij heeft alles een kop en staart. De detentie is afgerond, en daarmee komt ook dit blog ten einde.

Het kan zijn dat je naar aanleiding van afgelopen jaar nog diverse artikelen over mij en mijn detentie in de media tegenkomt. Tot kerst mag dat, als uitloper van afgelopen jaar, nog over mij gaan. Vanaf kerst, precies een jaar nadat publiekelijk bekend werd dat ik in detentie moest in de publiciteit kwam, dient het over andere zaken te gaan.

Over zaken die er echt toe doen, die van invloed zijn op levens van velen. Dat het nu nog over mij gaat is voor mij ook aanleiding een door mij geschreven boek iets later uit te brengen. Dat gaat namelijk niet meer over mij. En de inhoud daarvan heeft echt aandacht nodig.

Nu door, want het gevolg van mijn belastingfraude en ‘overlevingsgedrag’ van destijds is dat naast de fiscus daar ook best wat mensen last van hebben gehad. Dat heb ik, na alles wat ik heb mogen leren, recht te zetten.

Ik zal zeker blijven bloggen, wel op een andere plek. Want ook dat gaat over zaken waarvan ik vind dat er echt aandacht voor nodig is. Zie daarvoor punt.jurgenobbens.nl.

 

Hoe ik mij staande hield

Voor de een is het in de gevangenis overleven omdat hij, soms zonder – soms naar aanleiding van iets concreets, moeite heeft zich staande te houden. Voor een ander is het overleven omdat in de gevangenis zomaar het ‘recht van de sterkste’ kan gelden, een ander loopt tegen eigen grenzen op en weer een ander is gewoonweg eenzaam.

Elke gedetineerde loopt vroeg of laat wel ergens tegenaan. Krijgt vroeg of laat een moment waarop hij het moeilijk heeft. Of meerdere momenten.

In de gevangenis wordt gewerkt, gerecreëerd, er is contact tussen mensen. Alle rangen en standen van de maatschappij zijn er vertegenwoordigd. Een ieder heeft zijn / haar rol. Er is een dokter, een tandarts, medicijn verstrekking. Een ‘thuis’ bezorg service van de supermarkt. De gevangenis is als een ‘micro maatschappij’.

Er gebeurt veel, en toch ook weer niet. De omgeving en mogelijkheden zijn tenslotte beperkt.

Persoonlijk vond ik veel steun bij een aantal mede-gedetineerden. Zo waren er R. en M. die ten tijde van de undecover roddels door de kier van de celdeur (cel naast mijn cel), ‘Alberto, ohohoho, Alberto, ohohoho’, schreeuwden en op die manier het undercover verhaal belachelijk maakten. Naast dat het op dat moment erg vermakelijk was werkte het ook dempend op de roddels die rond gingen. Ze schreeuwden namelijk zo hard dat de hele afdeling het hoorde en iedereen kon beseffen dat zij de roddels in ieder geval niet serieus namen.

Met F. liep ik tijdens het luchten steevast rondjes op de luchtplaats. We bespraken levensvraagstukken, maar ook eenvoudige zaken. We gebruikten elkaar als klankbord.

Naast steun van mede-gedetineerden bezocht ik met regelmaat (eens per 2 weken) de boeddhist om een uurtje te mediteren. Een uur waarin er even ‘helemaal niets was’.

Vanuit de gevangenis is er ondersteuning in de vorm van geestelijke verzorging. Dat kan vanuit een religie of levensovertuiging zijn. Daarnaast wordt er psychiatrische / psychologische ondersteuning geboden. Dit mits er een doorverwijzing van de gevangenis arts is.

Er is wekelijks een kerkdienst (de gymzaal op de sportafdeling wordt dan omgebouwd) en er zijn bv Alfa bijeenkomsten voor religieuze gedetineerden.

Last but not least is er ondersteuning van een mentor. Dat is van de Penitentiair Inrichting Werkers op de afdeling je persoonlijke aanspreekpunt.

Zo loop je als gedetineerde dus vroeg of laat ook tegen ondersteuning aan.

 

 

Met wie zat ik daar?

Toen ik op 6 januari tijdens mijn eerste avondrecreatie langs de balustrade af keek, zag ik een zeer grote diversiteit aan mensen. Groot, klein, met tattoo’s, zonder, gespierd, gespierde spijkers, slank, stevig, Nederlanders, Surinamers,  Antillianen, Polen, kale mensen, mensen voorzien van een flinke bos en ga zo maar door.

Naar later bleek zag ik mensen die een kwekerij hebben gehad, een moord hebben gepleegd (enkelvoudig / meervoudig), een (roof) overval hebben begaan, bekeurd zijn, een ramkraak hebben gezet, de belastingdienst hebben getild of bv hebben gedeald (enz. enz.).

Bijna alle type mensen en – delicten zitten door elkaar op een afdeling. De uitzondering daarop zijn zeden – delinquenten. Zij verblijven op een ‘aparte’ afdeling.

Het feit dat we allen veroordeeld / crimineel zijn is binnen de gevangenis kant de ‘gemene deler’. Dit zal aan de Huis van Bewaring kant niet veel anders zijn, daar is men alleen nog afhankelijk van de afhandeling van de zaak.

Binnen de PI is er daardoor onder gedetineerden een grote mate van gelijkwaardigheid. Dat iedereen bij – en door elkaar zit is alleen maar goed. Hoewel ik me kan voorstellen dat het voor lang gestraften prettiger is om alleen met lang gestraften te zitten. Kort gestraften hebben tenslotte toch de neiging iets minder sociaal met bv keuken en recreatie materiaal om te gaan. Daarnaast heb ik van meerdere lang gestraften begrepen dat zij bewust niet zo veel met kort gestraften omgaan, laat staan zich hechten. Eenvoudigweg omdat deze gedetineerden in vergelijking met lang gestraften snel weer vertrekken.

Of ik nu op dubbelcel zat met iemand die een moord had gepleegd of in drugs had gedeald maakte geen verschil.

Het moment waarop ik volledig ontspoorde.

Het is medio 2009. Sinds ongeveer 1.5 jaar ‘licht ik de belastingdienst op’.

Elk kwartaal knoop ik, door het teveel terug vragen van voorbelasting, mijn financiële eindjes aan elkaar. Ik heb het er elk kwartaal moeilijk mee. Weet tenslotte dondersgoed dat wat ik doe niet mag. Zie er telkens tegenop.

De tijd van indienen is steevast tussen 23.45 en 00.00u, op de laatste dag van het kwartaal. Vlak voor de deadline. Ik wil ‘t niet, maar heb mezelf zo in de nesten gewerkt dat ik geen andere uitweg meer zie. Als het zover is druk ik toch weer op enter. Even later ontvang ik per mail de bevestiging dat de aangifte is ontvangen.

Aan de ene kant ben ik er ziek van dat het weer nodig was. Aan de andere kant is er opluchting, de salarissen kunnen weer worden betaald.

Niet op het moment dat ik de aangifte daadwerkelijk doe, dat blijft moeilijk, maar naarmate de tijd verstrijkt word ik toch makkelijker. Gemakzucht en de overtuiging ‘het lukt toch wel’ winnen in de periodes tussen de aangifte momenten aan kracht.

Tot op dat moment bezit ik één BV en een eenmanszaak. Het zijn de bedrijven via welke ik mijn frauduleuze handelingen pleeg.

Inmiddels heeft ‘de crisis’ Nederland bereikt en haalt onze toenmalig Minister van financiën Wouter Bos regelmatig het nieuws. Het blijkt de voorbode van mijn totale ontsporing. Creatief als ik ben bedenk ik mogelijkheden om nog meer mensen te kunnen aannemen, mijn drang naar erkenning te kunnen voeden en de rekeningen te kunnen blijven voldoen.

MDAWB BV is geboren. Het is het moment waarop voor mij, achteraf bezien, de kolder volledig in mijn kop is geschoten. De afkorting (als vanzelfsprekend nooit aan Kamer van Koophandel of notaris uitgelegd) staat namelijk voor ‘Met Dank Aan Wouter Bos’.

…..

 

Dubbelcel

Zachtgeel marmoleum ruikt smeulende sokken die daar waar muren samenkomen liggen.

Geurende smeerkaas bevolkt de bovenste. Luchtdicht verpakte black-boxes de onderste.

Een zwijgende magnetron. Lonkende chips.

Truien, broeken en brood zijn kroongetuigen van onze bewegingen. We draaien om elkaar. 5 stappen. Max.

Ijzer op ijzer. Een luik dat opent. Donkerbruine ogen zoeken, vinden, vervolgen hun weg.

Binnenplaatsverlichting betreedt al glijdend langs de spijlen de ruimte.

Nachtelijke uren breken aan. Een klakkende, stalen plaat is wat ons scheidt.

‘Kankerleijer, ik ruk je kankerkop eraf!’

Het is 16.50u, het avondritueel gaat beginnen.

Ik draai me om en pak mijn black box uit de koelkast, eerst een hapje eten. Vervolgens op jacht naar pen en papier om mijn dagboek bij te werken om de avond met wat ouderwets TV kijk werk af te sluiten.

Het is 23.30u als ik onder we wol kruip. De cel is koud vanavond. Door de kou duurt het even voordat ik in slaap val. Op teletekst zie ik 01.45u nog voorbij komen, vaag, dat wel.

Later in de nacht schrik ik me, als K. (celgenoot) vol tegen de onderkant van mijn bed begint te bonken, wezenloos. Mijn hart zit in mijn keel. Ik sta strak van de adrenaline. Elke spier is gespannen.

Compleet overdonderd zit ik rechtop in bed met mijn handen op het frame. Het (stapel)bed is overigens van staal. Het is net of de klap in mijn lichaam ‘door zingt’. Ik voel vezels waarvan ik het bestaan niet wist.

Omdat K. op eerdere vragen nooit heeft gereageerd besluit ik niet te vragen wat er aan de hand is. Ik let bewust op mijn ademhaling en waag een nieuwe slaap poging.

Ik ben weer onder zeil, volledig los van enig tijdsbesef als K. opnieuw loeihard tegen de onderkant van mijn bed bonkt. Nu vergezelt hij het met de woorden, ‘Kankerleijer, ik ruk je kankerkop eraf!’

Ik ben er niet op voorbereid, zelfs na het eerdere voorval totaal niet op berekend. Daardoor weer volledig overdondert. Tot 2 keer toe herhaalt hij het, ‘Kankerleijer, ik ruk je kankerkop eraf!’.

Het zijn zijn woorden niet eens die mij deze nacht zo raken. Wel de impact van het bonken tegen het bed. Dat komt zo ongekend vol binnen.

Omdat ik niet weet of K. ‘een blaffende, niet bijtende hond’ is bereid ik me in gedachte voor op een mogelijk handgemeen. Er schiet van alles door mijn hoofd. Bedenk me hoe ik hem in geval van nood het beste kan aanpakken. K. is namelijk net iets groter en breder. Iemand waarvan ik inschat dat ik het er in geval van een echte vechtpartij tegen zou afleggen.

Zo ver komt het gelukkig niet. Ik val ‘gewoon’ weer in slaap.

K. gelukkig ook.

 

Noot: Dit speelde zich af in de nacht van 6 op 7 februari en was ‘by far’ mijn heftigste, meest intense ‘bajes’ nacht.

Op bezoek in de gevangenis

Het aanvragen / registreren

Afhankelijk van of je in het rode of groene regime zit mag je 1 of 2 keer per week bezoek ontvangen. Het reguliere bezoek duurt (maximaal) een uur.

De gedetineerde bepaalt wie op bezoek kan/mag komen. Die dient alle bezoekers te laten registreren en goedkeuring voor het bezoek moment aan te vragen (Wat overigens alleen iets met de capaciteit in de bezoekzaal te maken heeft). Dit wordt per afdeling ingedeeld. Op dit moment gaat het aanvragen nog op papier via het indienen van een zogeheten ‘verzoekbriefje’.

Alles eromheen – het bezoek zelf

Op het moment dat het bezoek zich bij de portier heeft gemeld wordt je als gedetineerde opgeroepen en begeef je je naar de bezoekzaal. Voor je daar binnen mag wordt middels een vingerscan eerst je identiteit gecontroleerd. Bezoekers worden, na pieploos door een detectiepoort te zijn gegaan (kun je niet pieploos, dat wordt je niet toegelaten), onder begeleiding van een bewaker naar de bezoekzaal gebracht.

De bezoekzaal is opgedeeld in 2 rijen van 15 bezoekplaatsen. De plaatsen zijn aaneengesloten. De tafel begeeft zich als een ‘lange slang in de ruimte’. Bezoeker en gedetineerde worden door een half hoge glazen wand van elkaar gescheiden (De onderkant (tot het glas) is MC Donald’s rood). Wat maakt dat bezoek met een knuffel of zoen begroet kan/mag worden. Dit mag aan het begin en het eind van het bezoekuur. Verder lichamelijk contact is tijdens het bezoek ten strengste verboden.

Per 15 bezoekers houden 2 bewakers en diverse camera’s een oogje in ‘t zeil met betrekking tot het binnen ‘smokkelen’ van bv hash / wiet of andere ongeoorloofde materialen.

Mocht iemand daarop worden betrapt dan heeft dat voor zowel bezoeker als gedetineerde gevolgen. De gedetineerde mag een aantal dagen naar de iso. De bezoeker wordt voor een periode van 3 maanden de toegang tot de PI ontzegd.

Gedetineerden drukken na bezoek (onderweg terug naar de afdeling) nog de ‘toevalsgenerator’ in. Bij groen licht volgt fouillering, bij rood visitatie (naakte lichaamscontrole). Bezoekers worden door een bewaker naar de uitgang begeleid.

Bijzondere sfeer heerst er overigens in de bezoekzaal, velen kennen elkaar, of ouders, of vrienden van elkaar. ‘High fives’ en ‘Boks-en’ vinden er dan ook gretig aftrek.

Jongens van Antilliaanse / Surinaamse komaf voegen altijd iets bijzonders toe door voor hun moeder / vriendin een bloem (die ze bv in de kerk of bij boeddhisme hebben gekregen) mee te nemen.

Familiekamer

Dit is een kamer voorzien van speelgoed en tafel met stoelen. Hier kun je als gedetineerde 1 keer per maand in een privé setting bv je kinderen ontvangen.

BZT

Voor wie behoefte aan privacy met zijn vriend of vriendin heeft is er de, van bed en douche voorziene, Bezoek Zonder Toezicht kamer. Een BZT bezoek duurt 2 uur.

Cel inspectie

Afhankelijk van ‘hoe je je binnen de PI gedraagt’ is de interval van het krijgen van een cel inspectie groter, of juist kleiner.

Een cel inspectie wordt uitgevoerd door 2 onafhankelijke BeWa’s (bewakers). Ze zijn onafhankelijk omdat ze niet werken op de afdeling waar je gedetineerd zit.

De inspectie

Zodra de BeWa’s je over de cel inspectie hebben geïnformeerd mag er niemand meer in je cel komen. Ook de bewoner van de cel niet. De BeWa’s begeleiden je vervolgens naar het BAD (afdeling van o.a. inkomsten) waar je in een BAD-cel wordt gevisiteerd.

Tijdens de cel inspectie ben je als gedetineerde verplicht in de BAD-cel de cel inspectie af te wachten.

Tijdens de cel inspectie wordt de volledige cel binnenste buiten gekeerd.

Denk hierbij aan:

De buizen van de stoelen, alles in en om het matras  / kussensloop / bed, je persoonlijke bezittingen, de verwarming, de onderkant van het toilet, het binnenwerk van de tv (voor zover als mogelijk), de kasten.

Belangrijkste doelstelling is het tegengaan van de aanwezigheid van drugs. Iets wat men met grote regelmaat de PI binnen probeert te ‘smokkelen’.

Persoonlijk heb ik tijdens de 7 maanden PI in Dordrecht 2 keer een cel inspectie gehad.

Uitbraakpoging (5 febr)

Ik staar naar buiten, naar de luchtplaats, naar het hek. Mijn ogen glijden meter voor meter langs de muur. Schaduw van het hek gaat over in schaduw van een lichaam. Ineens dringt het tot me door. Er staat een gedetineerde tussen het hek en de muur. Op het moment dat mijn hartslag versnelt en mijn ogen groter worden klinkt vanuit het midden vlak op de afdeling luid en duidelijk, ‘Alarm, iedereen naar binnen’.

Het is duidelijk, hij is meer mensen opgevallen.

De meeste jongens weten direct wat er speelt. Nog voor het sluiten van de celdeuren stijgt er rumoer op. ‘Wie is ‘t? Hoe ver komt hij?’

Al snel blijkt dat het bij een uitbraak ‘poging’ blijft. Bewakers sluiten de man in en begeleiden hem weg.

Zo eens in de zoveel tijd is er iemand die het probeert. Ontsnappen.

Ik vraag me op zo’n moment af wat er bij zo iemand speelt: Is het de druk? Het voor sommigen stressvolle leven binnen? Komt het door zorgen over wat zich in zijn leven ‘buiten’ afspeelt? Staat hij wellicht bloot aan vernederingen door b.v. mede-gedetineerden? Is hij met zichzelf in het gedrang gekomen? Wil hij enkel en alleen zijn vrijheid terug?

Zijn poging leek voorbereid. Want hoe kon hij anders over of door de 2 hekwerken komen? Er loopt toch met grote regelmaat bewaking en camera’s zijn hier ook verre van zeldzaam. Anderzijds stond hij daarna wél voor een meters hoge muur waar je niet zomaar tegen op klimt en waarvan ik de indruk kreeg dat hij niet wist hoe hij verder moest.

Hoe wanhopig is hij geweest? Wat speelde er? Het blijven vooralsnog onbeantwoorde vragen.

‘Uitbrekers’ worden na hun poging namelijk per direct naar de EBI in Vught overgeplaatst.

 

Noot: Tijdens een dergelijk ‘alarm’ moment worden alle gedetineerden direct in de eigen cel of op de werkzaal ‘ingesloten’. Dit duurt tot de calamiteit voorbij is.

Ontsnappen is niet strafbaar.

 

In gesprek tijdens het ‘luchten’

Het is 4 februari. Mijn vader is jarig. Ik heb hem telefonisch gefeliciteerd en een fijne dag gewenst, het was de eerste keer sinds ik binnen ben dat ik hem sprak. Fijn zijn stem weer te horen.

De werkmeesters hebben een bijscholingsdag, wat betekent dat we vrij van arbeid zijn. Als je om DJI redenen vrij bent mag je dat dagdeel met de andere ring, in dit geval de bovenring (mijn cel bevindt zich op de begane grond) mee luchten. Wat betekent dat je op dergelijke dagen 2x mag ‘luchten’.

Luchten houdt in dat je 1 uur op de luchtplaats naar buiten mag. Een luchtplaats is ongeveer 50 x 50 mtr. De meeste luchtplaatsen bevinden zich in de ‘hoeken’ van de PI. Dit heeft tot gevolg dat er aan 2 kanten werkzalen en aan 2 kanten hekken en buitenmuren te zien zijn.

Tijdens het ‘luchten’ wandel ik tot nu toe voornamelijk ‘rondjes’ met K. K. is half Antilliaans, half Nederlands. Tijdens onze gesprekken hebben we het over de toekomst, over intenties, over wat we in het leven écht willen. Maar ook over waar we tegenaan lopen en over zijn geloof.

Wat ik aan K. zo bewonder is dat hij uit het geloof zoveel kracht put. Dat hij het geloof inzet om zichzelf zoals hij dat zo mooi en vol overtuiging zegt, ‘een schop onder mijn kont te geven, want God vergeeft wel, maar dat mag geen excuus zijn om stil te zitten.’ K. bezoekt in de PI de wekelijkse kerkdienst en volgt een Alpha cursus (over hoe het geloof je tijdens detentie kan ondersteunen). Zijn geloof is zijn hou-vast.

Al lopende spreekt K. uit, ‘Ik vind het moeilijk om na detentie weer op eigen benen te staan, echt moeilijk’. Ik kan dat wel plaatsen. K. heeft na zijn detentie (16 maart 2015) niets meer. Geen woning, geen vrienden. Hij loopt straks letterlijk met ‘een blauwe zak’ (met de inhoud van zijn spullen die hij in de PI had) naar buiten. Ondanks dat is hij toch positief. Vol passie en vuur spreekt hij uit, ‘Ik moet wel, van mezelf, van God. Het negatieve mag nooit winnen Jurgen, het negatieve mag nooit winnen, nooit!’

Onze wandel rondjes vorderen. We passeren wat jongens die push-ups, sit-ups en andere trainingsoefeningen doen. Ineens wordt K. fel, met zijn armen druk gebarend vervolgt hij, ‘Kijk, die gasten doen goed, die werken aan zichzelf, die ander daar in de hoek (wat jongens die in de hoek van de luchtplaats Domino spelen) niet, die snappen het niet, daar komt zoveel negatief vandaan!’

Tijdens de daaropvolgende rondjes komt K. weer tot rust. Hij spreekt vervolgens vol liefde en bewondering over zijn moeder, ‘Mijn moeder is mijn grote voorbeeld, een gouden vrouw.’

Zijn ogen twinkelen.